citroenlampje

Batterijen bestaan uit twee verschillende metalen in een zurig omhulsel. Het sap van een citroen is zuur genoeg om dezelfde chemische reactie op gang te brengen als in een batterij. Let wel : de opgewekte stroom is niet voldoende om een kamer te verlichten of een motor te laten draaien. We kunnen wel een zachte gloed krijgen van een LED-lampje.
Wat hebben we nodig? Om te beginnen een citroen, liefst goed sappig en nog een beetje onrijp. Of een grote aardappel. Je rolt hem op tafel om het zure sap te activeren.
DSCN0007  DSCN0008  DSCN0009
Voor de metalen gebruik je koper en zink. Voor het koper kun je ook een koperen muntje gebruiken, bijvoorbeeld 1, 2 of 5 eurocent. Beter is het nog een stukje gestripte electriciteitskabel te gebruiken, of zoals in dit geval een stukje koperplaat. Een gegalvaniseerde spijker is met zink bekleed, dat werkt ook, wij hadden nog wat zinkplaat voor je liggen.
Je steekt het koper en de zink in de ongepelde citroen. Let erop dat het koper en het zink elkaar niet raken. Zowel aan het koper en het zink bevestig je een electriciteitsdraad, die we aan de andere kant verbinden met een lampje.

DSCN0024  DSCN0025  DSCN0022
Als je een fietslampje zou gebruiken is het niet belangrijk hoe je de draad vastmaakt. Een LED-lampje brandt echter alleen maar als de electrische stroom er in de juiste richting doorstroomt. Dus als het op de ene manier niet lukt om het lampje te doen branden, verwissel je eens de draadjes.

Het is best mogelijk dat één citroenbatterij niet genoeg is om een lampje te laten branden. Meestal geeft één citroen 0,9 volt, net niet genoeg voor een lampje. Je kunt dan verschillende citroenbatterijen in serie schakelen, maar het blijft een experiment of de citroen zuur genoeg is.
We hebben een lampje gevonden van 1,2 Volt. Het LEDlampje is 2,1 Volt. Het is een beetje uitzoeken hoeveel citroenen je voor een goed resultaat nodig hebt. Waarschijnlijk heb je twee of meer citroenen nodig.
Voor alle duidelijkheid: na het experiment is de citroen niet meer eetbaar.
Leuke pagina: hoedoe.nl

 

2 gedachten over “citroenlampje

    1. Een batterij bestaat grofweg uit drie onderdelen: een deel dat elektronen levert, een deel dat elektronen opneemt en een deel waardoorheen die elektronen zich kunnen verplaatsen. Dit laatste heet het elektrolyt. Veel elektrolyten zijn vloeistoffen. Huishoudazijn werkt goed, net als zeewater of kraanwater met keukenzout. Vruchtensap werkt ook. Zelfs als het nog vast zit in de vrucht, zoals het sap van een citroen. Neem voor dit experiment een citroen als elektrolyt.
      Elektrische stroom is niets meer dan een stroom van kleine deeltjes die elektronen heten. De min-pool van een batterij levert die elektronen, de plus-pool neemt ze weer op en stuurt ze terug naar de min-pool. Zo ontstaat een eindeloze stroom elektronen. Hoe snel de elektronen stromen hangt ervan af hoe graag de min-pool ze afgeeft en hoe graag de plus-pool ze weer opneemt. Dat noemen we spanning en drukken we uit in Volt. Voor de biobatterij is koper een prima elektronen-opnemer. We nemen dus een koperen muntje of een stukje koperdraad als plus-pool. Een gegalvaniseerde spijker (die heeft een laagje zink eromheen) is een goede elektronen-bron. Dat wordt onze min-pool. Prik ieder aan een kant van de citroen zodat ze elkaar niet raken en een stukje uitsteken.

Laat een reactie achter bij mike Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *